De Cane Corso

 

De Cane Corso  

Een vlotte en actieve molosser  

 

De Cane Corso is als ras nog erg jong, pas in 1996 ontving het zijn officieele erkenning. Toch bestaat deze hond al eeuwenlang, er zijn zelfs vermeldingen over de Cane Corso te vinden in literatuur uit de twaalfde eeuw. In tegenstelling tot wat zijn uiterlijk doet vermoeden, startte de Cane Corso zijn carriere als simpele boerenhond die voor allerlei klusjes in het bedrijf werd gebruikt. In de twintigste eeuw was het ras, door veranderde agrarische omstandigheden, vrijwel uitgestorven. Met vereende krachten hebben enkele vastberaden liefhebbers de Cane Corso echter weten te redden van de ondergang. Tegenwoordig vindt men deze hond nog steeds op Italiaanse boerderijen, maar elders in de wereld wordt hij voornamelijk als huishond en huisvriend gehouden.

CaneCorsoHistoricalPhoto8      

Historie  

Hoewel de naam anders doet vermoeden, ligt de bakermat van de Cane Corso niet op het eiland Corsica. Corso is afgeleid van het Latijnse woord 'cohors', wat ruwweg 'bewaker van het erf' betekent en Cane (spreek uit: 'kane', dus niet op zijn Engels 'keen') is gewoon hond. Zijn naam geeft dan ook gelijk aan waar de Cane Corso in het verleden vooral voor werd gebruikt. De aller vroegste voorouders van het ras gaan terug tot de Romeinse strijdhonden, de Canis Pugnax, die op hun beurt weer voortkwamen uit de molossers die rond de vierde eeuw voor Christus vanuit Assyrie en Griekenland in Italie terechtkwamen. Hieruit hebben zich verschillende hedendaagse dogachtigen ontwikkeld, zowel de hele zware typen zoals de Mastino Napolitano als de lichtere typen waartoe ook de Cane Corso behoort. De oorspronkelijke vecht- en oorlogshonden ontwikkelde zich in Italie door de eeuwen heen tot een zeer veelzijdige hond, die voor allerlei doeleinden kon worden ingezet. Hij startte zijn vreedzame carriere als hulp voor de boerenbevolking zo rond de twaalfde eeuw. Voor deze bevolkingsgroep bleek de grote, weer bare hond onmisbaar op meerder vlakken. Zo deed hij dienst als waakhond op de vaak afgelegen boerderijen, werk waar hij uitstekend in voldeed zonder al te agressief te worden, maar met behoud van het vermogen om ogenblikkelijk en zelfstandig in te grijpen als er echt onraad was. Ook stak hij een pootje uit bij het verplaatsen van de runderen van en naar de weiden en stallen, het in bedwang houden van onwillige stieren en beschermde het vee tegen rovers, zowel die op twee als op vier benen. Het boerenleven was in die tijd niet bepaald een vetpot en een hond moest bovenal nuttig zijn en zijn eigen kostje verdienen. Vrijwel iedere boerenfamilie fokte dan ook zijn honden, waarbij het uiterlijk niet belangrijk was maar de werkkwaliteit des te meer. De boerenhonden werden zelden verkocht. Uit een nest werden de meest veelbelovende honden aangehouden, de rest werd vaak een kopje kleiner gemaakt. Hierdoor bleef het ras sterk en behield het zijn capaciteiten. Ook de jagers maakten dankbaar gebruik van de mogelijkheden van de Cane Corso. Voor hen was de lenige, snelle en sterke hond een uitkomst tijdens de jacht op met name wilde zwijnen. Hierbij was hij zowel drijfhond als ook degene die daadwerkelijk het gevecht met het zwijn aanging. Nog wat later ontdekten de gezagdragers de voordelen die een goede Cane Corso opleverde. Zij gebruikten de honden met name voor hun persoonlijke bescherming en om stropers en andere overtreders aan te houden. Door die verscheidenheid van taken is waarschijnlijk ook de vrij grote variatie in vachtkleur te verklaren. De boeren maakten het waarschijnlijk weinig uit welke kleur de hond had. De jagers echter werkten het liefst met lichtgekleurde honden, zodat ze goed afstaken in de schemer van het bos en tegen de donkerder kleur van de wilde varkens. Het gezag daarentegen zag weer liever een donkere hond, die in de nacht niet opviel en een imponerend uiterelijk had.   Door de toenemende industrialisering in de twintigste eeuw zakte het aantal Cane Corso's dramatisch, zelfs tot op de rand van extinctie. Slechts in het zuiden van Italie, rondom Puglia en Calabria, werden omstreeks de jaren '50 nog enkele exemplaren aangetroffen op boerderijen en bij jagers. Men trachtte een fokprogramma op te zetten om het ras in ere te herstellen, maar doordat er nog maar zo weinig honden over waren leek dat plan gedoemd te mislukken. Ruim twintig jaar later lukte het toch om het ras weer op poten te krijgen en in 1996 werd het voorlopig erkend door de overkoepelende internationale kynologische organisatie FCI.

CaneCorsoHistoricalPhoto6

Uiterlijk  

De Cane Corso is een vrij grote, kortharige en duidelijk dogachtige hond. Hij is echter totaal niet log of plomp zoals wel eens gezien wordt bij veel andere molosserrassen. De Corso is juist elegant en atletisch en beschikt over een snelheid, waarop menig veel lichtere hond jaloers kan zijn. Het gewicht van de gemiddelde Cane Corso ligt rond de 40 tot 50 kilo, bij een schouderhoogte van 60 tot 68 centimeter. als pup zijn deze honden, met hun droopy-ogen en lichtelijk vroegtijdig oud aandoende koppies, aanbiddelijk om te zien. Als volwassen dier zijn ze imposant en stralen ze kracht en lenigheid uit met hun brede kop en gespierde lichamen. De voorkomende kleuren zijn zwart, verschillende tinten grijs en verschillende tinten rood, maar ook gestroomd. 

CaneCorsoHistoricalPhoto1    

Gezondheid en verzorging  

De Cane Corso is een ras dat snel groeit, waardoor jonge dieren nog wel eens met groeipijnen te kampen hebben. Door een goede voeding en juiste mate van bewegen is dit echter wel binnen de perken te houden en het is uiteraard van voorbijgaande aard. Een duidelijk aanwijsbare erfelijke afwijking is heupdysplasie (HD), wat binnen dit ras ook voorkomt. Een ander euvel waarmee de Cane Corso nog wel eens te kampen heeft, is het zogeheten 'Cherry-eye' (kersenoog). Hierbij vormt zich een rode bobbel van uitpuilend bindweefsel in het onderooglid. Dit is operatief te verhelpen. Ook duiken er de laatste jaren steeds meer gevallen van epilepsie, maagkantelingen en gescheurde kruisbanden op. Problemen waar wij als fokkers gezamelijk iets aan zullen moeten doen. De Cane Corso is veelal een wat kouwelijk type dat niet zo gecharmeerd is van nat en guur weer. Een warme, zachte ligplaats stelt hij zeer op prijs en helpt tevens ontsierende eeltplekken op latere leeftijd voorkomen. De vachtverzorging van de Cane Corso is minimaal. Af en toe even borstelen of goed afwrijven met een vochtige zeemleren lap is voldoende om de hond te laten glimmen als een spiegel. In de ruiperiode dagelijks even met een rubber noppenborstel de losse haren verwijderen en indien nodig de nagels knippen.

391060 263845460342370_100001507553890_728332_1603851731_n

Gedrag  

De goede Cane Corso is een betrouwbare, moedige, evenwichtige en zelfstandige hond met een stabiel temperament. Zoveel goeds komt echter niet zomaar aanwaaien, daar zal voor gewerkt moeten worden en dat begint met een goede fok. Hoewel het volkomen atypisch is voor het ras, komen er binnen de Corsopopulatie angstige honden voor, met name onder de teven. Omdat angst vrij snel overerft is het dus belangrijk geen pup aan te schaffen van angstige ouders.  De Cane Corso behoort tot de dogachtigen en dat houdt automatisch in dat er een goede, actieve en langdurige socialisatie dient plaats te vinden, wel hij uitgroeien tot een open, vriendelijke en zelfverzekerde hond zonder bovenmatig wantrouwen naar vreemden. Ook na de puppytijd, tot ruim in de volwassen leeftijd, dient hij volop tussen de mensen te zijn om te voorkomen dat de hond zijn verworven vaardigheden weer kwijtraakt. Angst om op die manier een allemansvriend of een watje te kweken hoeft u niet te hebben. Dat zit gewoon niet in zijn aard. Een goede opvoeding is de derde pijler waarop het gedrag van de Cane Corso rust. Een rustige, rechtlijnige en zeer consequente werkwijze geeft het beste resultaat. Een harde aanpak is niet verstandig, omdat hardheid door de hond kan worden beantwoord met nog meer hardheid of zelfs kan resulteren in angstige en onzekere honden. Een goed getimede beloning en een spelletje op zijn tijd doen echt wonderen. Een goede puppy- en gehoorzaamheidscursus zijn beslist aan te raden. Zeker het eerste jaar leert de Cane Corso behoorlijk snel en hij laat voor een molosser een opmerkelijke intelligentie zien.   Onder de dogachtigen is de Cane Corso beslist ??n van de vlottere en makkelijker trainbare types. Als u een dog zoekt waar ook echt mee kan worden gewerkt en die dat nog leuk vindt om te doen ook, is de Cane Corso zeker het overwegen waard. Hij is slim genoeg om in gedrag & gehoorzaamheid mee te komen en niet te zwaar om in actievere sporten als bijvoorbeeld behendigheid lekker mee te kunnen doen. Ook speuren is een prima bezigheid voor dit ras. Minder geschikt zijn sporten waarin het waakse karakter van de Cane Corso wordt gestimuleerd. Dat is ook niet nodig, want waaks is hij van nature al. Niet op een vervelende manier, maar hij is altijd duidelijk op de achtergrond aanwezig, observerend en taxerend. In aanwezigheid van de baas zal hij rustig toelaten dat vreemden het huis betreden, maar dat wil niet zeggen dat die ook ongestraft kunnen binnenkomen als de hond alleen thuis is en als het moet zal hij tot het uiterste gaan om 'zijn' familie en haar bezittingen te beschermen. Voor het gezin is de goed opgevoede Cane Corso een aanhankelijke en zeer vriendelijke hond. Hij wil graag onderdeel van de familie zijn, maar zal er ook geen punt van maken als hij zichzelf eens een poosje moet vermaken. meestal kan hij uitstekend met de kinderen overweg, al kan hij voor de jongsten wel eens wat te bewegelijk zijn, zeker als het een jonge hond betreft. Uiteraard dient er altijd een volwassen toezicht te zijn, maar dat geldt voor ieder ras.  Ondanks zijn formaat is de Cane Corso een zeer actieve hond, die soms zelfs ietwat onstuimig uit de hoek kan komen. Andere huisdieren hebben weinig van de Cane Corso te vrezen. Met honden is de omgang wisselend. De ene Cane Corso gaat er uitstekend mee om, de andere kan zich behoorlijk dominant opstellen. En hoewel hij niet zo snel actief de confrontatie op zal zoeken, gaat hij die ook niet uit de weg als hij wordt uitgedaagd. De Cane Corso heeft behoorlijk wat lichaamsbeweging nodig. Hij houdt van lange wandelingen, maar ook lopen naast de fiets of joggen met de baas gaan hem uitstekend af. Als er ruimschoots wordt voorzien in voldoende activiteiten is de Cane Corso in huis een lekker rustige hond. Maar als hij zijn energie niet kwijt kan, is het mogelijk dat hij zich gaat uitleven op het meubilair en dan is het verbazingwekkend wat een ravage een paar van die krachtige kaken in zeer korte tijd kunnen aanrichten.   De Cane Corso is een hond die niet voor iedereen geschikt is. De hond is groot en sterk, en daarnaast nogal zelfstandig en soms behept met een ietwat dominante inslag. Verder is hij actief, ietwat wantrouwig tegenover vreemden, intelligent en waaks. De Cane Corso verlangt een sportieve baas met een beetje ervaring en natuurlijk overwicht, die al die elementen op een rustige manier in goede banen weet te leiden. Kunt u dat allemaal, dan heeft u aan de Cane Corso een gouden hond, een goede vriend en een geweldige kameraad voor het leven.

CaneCorsoHistoricalPhoto7

Afkomst en gebruik

De Cane Corso is van origine een Italiaanse hond. Cane betekent hond en Corso is, zo neemt me aan, een verbastering van het Griekse woord Cortos, dat binnenhofbescherming betekent. Het ras heeft zijn naam dus niet te danken aan een speciale verbintenis met Corsica, zoals vaak wordt beweerd. De uitspraak van het woord Cane wordt ook nog wel eens verkeerd gebezigd, naar het Engels waarschijnlijk. "Kene" is dus fout. "Kane" is juist.  De oorsprong van de Cane Corso ligt in een ver verleden. De basis is de Canis Pugnax. Deze kwamen voort uit de strijdhonden (oorlogshonden) van de Molossers, die woonden in Zuid-Albani? en Griekenland. We praten nu over de vierde eeuw voor Christus. In 1200 werd de Cane Corso voor het eerst beschreven in de Italiaanse literatuur.  Het ras werd destijds al voor veel doeleinden gebruikt. Een hond, zeker een grote, moest nu hebben om te overleven. De Cane Corso was met name populair bij boeren, slagers, veldwachters en jagers.  De boeren hadden een hond nodig die op hun erf een oogje in het zeil hield. Een boerenbedrijf bestond vaak uit landbouw en veeteelt. Hierbij hielp de Cane Corso. Uiteraard werd het niet gewaardeerd wanneer hij overdreven agressief was. Italianen zijn een sociaal volk en komen veel bij elkaar over de vloer. Ook binnen het, meestal kinderrijke, gezin met opa's en oma's behoorde de Cane Corso een betrouwbare metgezel te zijn. Naar vreemden moest de Cane Corso argwanend zijn en, bij afwezigheid van de baas, zelfstandig kunnen optreden.  De slagers gebruikten de Cane Corso onder meer bij het opdrijven van vee (meestal alleen de stieren) naar het slachthuis.  De jagers gebruikten de Cane Corso vooral voor het opsporen en opdrijven van wilde varkens. Vooral de lichte kleur Cane Corso's werden hier specifiek voor gebruikt om voldoende af te steken ten opzichte van het zwarte wild, zodat men niet per ongeluk elkaars honden dood schoot.  De veldwachter (vanaf de middeleeuwen) had de Cane Corso voor de bescherming van zijn eigen persoon, bijvoorbeeld tijdens het aanhouden van stropers, struikrovers en ander gespuis. De veldwachter gebruikte de donkere Cane Corso. Deze waren meer geschikt voor de bewaking en, vanwege het verrassingseffect, 's nachts; een donkere hond is indrukwekkender om te zien.  Door modernisering, vooral van het boerenbedrijf, werd de noodzaak van het houden van Cane Corso's aanzienlijk minder en zakte hun aantal drastisch. Het ras werd echter in stand gehouden door boeren, jagers en herders in de afgelegen streken van Zuid-Italie. Daar werd de Cane Corso als het ware herontdekt en werd een fokprogramma opgezet door dr. Paolo Breber, opdat het ras en daarmee een stuk Italiaanse cultuur niet verloren zou gaan.

CaneCorsoHistoricalPhoto12

Herstel en erkenning  

De Cane Corso werd in november 1996 erkend door de FCI. Van de herontdekking in de vijftiger jaren, het opzetten van een fokprogramma in de zeventiger jaren tot en met de officieele erkenning in 1996 is een immens belangrijke klus geklaard in Italie, die eigenlijk nog steeds niet af is. Een strenge selectie op gezondheid en rastype is vereist.  In de vijftiger jaren kwamen de in Italie bekende kynologen prof. Bonatti en prof. Ballotta in aanraking met de Cane Corso. Ze waren direct enthousiast. In de beeldvorming rond de Cane Corso werden vele oude geschriften en schilderijen en tekeningen bestudeerd om een zo juist mogelijk beeld van het ras te schetsen. Het vervolg echter, een goed fokprogramma, kwam niet van de grond doordat men te weinig rastypische honden had en er veel tijd verloren ging in de zoektochten naar honden die zouden moeten bijdragen aan het herstel van het ras.  Eind zeventiger jaren werd het fokprogramma nieuw leven ingeblazen door dr. Stafano Gandolfi. Zijn enthousiasme sloeg over op onder andere de gebroeders Malavasi uit Mantova, dr. Breber, prof. Morsiani en dr. Ventura. Om hun krachten te bundelen werd in oktober 1983 het SACC (Societe Amatori Cane Corso) opgericht en Stefano Gandolfi werd de eerste voorzitter.  In Mantova werd door de gebroeders Malavasi, bekend in de hondenfokkerij, een selectiecentrum opgezet voor het fokken van de Cane Corso's.  We schrijven 1980, in Mantova. Daar waren drie honden voorhanden die een belangrijke stempel zouden gaan drukken op de Cane Corso populatie. Hun namen: Tipsi, Brina en Dauno. Uit de dekkingen van Tipsi en Dauno kwamen de meest rastypische puppies. Basir en Bulan worden tot op de dag van vandaag gezien als de belangrijkste reuen in de fokkerij. Ondertussen zat men niet stil. Er werden heel wat kilometers afgelegd in het zuidelijk deel van Italie op zoek naar Cane Corso's die een positieve bijdrage zouden kunnen leveren aan het ras. In dit verband moeten Flavio Bruno en Vito Indiveri genoemd worden.  De belangrijkste vindplaats bleek Puglia, die ondertussen is tot een soort bedevaartsplaats voor Cane Corso liefhebbers. Deze stad wordt gezien als het middelpunt van de Cane Corso, zowel wat betreft de populariteit als bewaard gebleven literatuur en afbeeldingen.  De Cane Corso's uit Puglia noemt men de Pugliaanse Cane Corso's en zijn de belichaming van het juiste rastype. De twee belangrijkste honden uit deze lijn zijn Plud en Otello. Plud was de top dekreu van de kennel 'Dyrium' van Vito Indiveri. Otello is destijds gekocht door prof. Casolino in Puglia tijdens een van zijn reizen door Zuid-Italie op zoek naar geschikte Cane Corso's. Otello heeft een belangrijke rol gespeeld in het opbouwen van de Cane Corso populatie. Hij is de voorouder van een aantal zeer beroemde honden als Arras, Argo, Arek, Boris, Logan en Ruben.  In 1987 werd door het ENCI (Italiaanse Raad van Beheer) en het comit? van keurmeesters dr. Antonia Morsiani gevraagd om bijeenkomsten te organiseren waar de Cane Corso's konden worden gekeurd om verdere homogeniteit van het ras te bewerkstelligen. In datzelfde jaar werden drie bijeenkomsten gehouden in Milaan, Firenze en Bari met Morsiani, Vandoni en Perricone als keurmeesters. Hieruit kwamen 57 honden naar voren die de eerste Cane Corso (voorlopige) stambomen kregen. Eind 1992 vroeg Stefano Gandolfi uit naam van het SACC de officieele erkenning van het ras aan bij de ENCI en op 20 januari 1994 werd de aanvraag beloond door erkenning van de Cane Corso in Italie.

basir

Heden en Toekomst  

De huidige Cane Corso is een betrouwbare, sportieve hond. Aan nieuwe eigenaren moeten wel enkele eisen gesteld worden. Ervaring met honden, het liefst met Dogachtigen, is zeker gewenst. De Cane Corso is een zelfstandige hond. Hij is gek op zijn baas, maar vindt het ook leuk om er alleen op uit te gaan. Een geode band tussen baas en hond is nodig om de Cane Corso onder appel te houden. Een goede socialisatie is dan ook een eerste vereiste. Begeleiding vanuit een professionele hondenschool (bijvoorbeeld bij een kynologenclub) is aan te raden. Werkdrift zit gelukkig nog steeds in het bloed van de Cane Corso. Binnen de hondensport zie ik geen belemmeringen voor dit ras.  Een Cane Corso is een vriendelijke huishond en een perfecte kameraad van het gezin, maar ook een hond van een ras dat twintig jaar geleden nog de schaapskuddes en boerenerven bewaakte. Uiteraard zijn er met gericht fokken de scherpe kanten wel af te halen.  In Nederland is de Cane Corso populatie nog klein, anno 1999 zo'n driehonderd honden. De fokbasis is erg smal. Daarbij komt dat het Cane Corso bestand nog geen homogeen geheel is. Velen denken dat de Cane Corso zijn heterogeniteit te  danken heeft aan het inkruisen van andere rassen bij het herstel van het ras. Dit is echter niet waar. In het thuisland van de Cane Corso heeft elke streek zijn eigen type ontwikkeld. Er was wel een gemene deler aangaande het uiterlijk maar functionaliteit stond uiteraard voorop. Heden ten dage kijken we meer naar het uiterlijk. De functie heeft men in het algemeen allang vergeten, met alle vervelende gevolgen van dien. De Italianen zeggen dat ze uit de populatie Cane Corso wel drie verschillende rassen hadden kunnen halen. Vandaar ook het belang om zoveel mogelijk het rastypische Cane Corso's te fokken.  Ik heb zelf echter al de nodige verschillen zien ontstaan binnen Europa. De Cane Corso's uit de Oost-Europese landen zijn grote, forse, indrukwekkende honden met vaak een te lange snuit en soms zelfs een scharend gebit.  Ik hoop, en eerlijk gezegd verwacht ik, dat de keurmeesters de komende jaren een duidelijke lijn zullen ontwikkelen in hun keuringen. Ook voor de rasvereniging ligt hier een belangrijke taak. Door het organiseren van meetings en clubmatches met kundige keurmeesters, het opzetten van fokvoorwaarden zoals HD controle door de WK Hirschfeld Stichting en een pupinfo waarin alleen puppen komen die aan de fokvoorwaarden van de rasvereniging voldoen.

Bulan  

Nederland  

Dir was de eerste Cane Corso in Nederland. Deze werd op 25 februari 1992 geimporteerd door de heer F. Eleonora. De tweede hond die hij naar Nederland haalde was Joy, en wel op 27 februari 1993. De heer Eleonora heeft diverse honden ge?mporteerd en heeft het ras bekendheid gegeven in Nederland. De Cane Corso werd voor het eerst op de show gepresenteerd in Arnhem in 1997.  Keurmeester was de heer Van Montfoort die 16 Cane Corso's beoordeelde waarvan velen uit het land van herkomst. Beste hond werd Rubens van de heer C. Raffaella. Er waren verschillende Italiaanse fokkers aanwezig.  In oktober 1997 werd de Cane Corso Club Nederland opgericht. De initiatiefnemers waren de heren Eleonora en De Vries. Inmiddels heeft de Cane Corso Club Nederland (CCCN) in maart 1999 de officiele erkenning van de Raad van Beheer gekregen. Net als elke andere nieuwe rasvereniging krijgt de CCCN een proeftijd van vijf jaar. De club telt nu ongeveer negentig leden.  Ook kent Nederland zijn eerste Nederlandse kampioenen: Gunter werd de eerste Cane Corso reu in Nederland die het Nederlands Kampioenschap behaalde. De eerste teef die deze titel behaalde is Maia.  Op de Winner is de Cane Corso altijd qua aantal en kwaliteit goed vertegenwoordigd. In 1998 kregen de in Nederland gefokte Cane Corso's Goliath's Warrior Delano en Goliath's Warrior Isola la Bella de titel Jeugdwin(st)er van de keurmeester Pinto Teixeiro. Deze honden komen voort uit Maia en Ayrton van de Vries en Eleonora.

claus sized[1]  

Ter afsluiting een leuk verhaaltje uit Italie. Een boer leefde met zijn familie in de bergen. Op een dag reisden ze een lange weg om te baden in de zee. Hun Cane Corso, die nog nooit de zee had gezien, werd bang toen hij de familie in de golven zag 'verdwijnen'. Hij sprong onmiddellijk in het water, pakte de mensen voorzichtig bij de schouder en trok ze terug het strand op. Geen oceaan die zijn familie van hem afpakte.    Geraadpleegde literatuur: 'Il Cane Corso" van Renzo Carosio    

Tekst: Eric de Vries

Saida

Nederlandse Rasstandaard

 

KORT HISTORISCH OVERZICHT:

 

De directe voorouder van de Cane Corso is de oude Romeinse Mollosser.

Voorheen verspreid over heel Italië, in het recente verleden, was het ras alleen overwegend aanwezig in de Provincie Apulia en in de aangrenzende regio’s van Zuid-Italië.

De naam Cane Corso is ontleent aan het Latijnse woord: "cohors", wat "beschrermer", of "hoeder van het boerenerf" betekend.

 

 

Algemene verschijning:

 

Middelgroot tot groot. Robuust, stoer en krachtig, maar niettemin elegant gebouwd.

Droge en krachtige bespiering.  

Belangrijke proporties:

De lengte van het hoofd bereikt 36% van de schofthoogte. De bouw van de hond is iets langer dan hoog.

Gedrag en karakter:

Beschermer van levende have en goed. Bijzonder behendig en snel reagerend. In het verleden werden ze gebruikt bij het hoeden van het vee en het jagen op groot wild.

cane-corso-mastiff-puppies-for-sale6-537x423

 

Hoofd:

 

Breed, een typische mollosser.

De lengteassen van de schedel en voorsnuit lopen iets naar elkaar toe (iets divergent).

De schedel:

Breed, ter hoogte van de jukbeenbogen is de breedte groter of gelijk aan de lengte .Het breedste deel van het hoofd , zit dus naast de ogen

Zichtbare plooi middenvoor.

Aan de voorzijde is het voorhoofd gewelfd, daarna verloopt deze tamelijk vlak naar de achterhoofdsknobbel.

De voorhoofdsgroeve is zichtbaar.

canepage2 2

 

Stop:

licht aangegeven.

 

De neus:

 

is groot en zwart met wijde, open neusgaten.

De neus loopt evenwijdig aan de neusrug.

 

Vang:

De voorsnuit is zichtbaar korter dan de schedel, verhouding schedel voorsnuit is 1: 2. Is krachtig en vierkant. De voorzijde van de voorsnuit is recht.

De voorsnuit is breed, vierkant, net zo breed als lang. De neusrug is recht en de voorsnuit versmalt nauwelijks of niet naar de neuspunt toe.

 

Lippen:

De bovenlippen, licht loshangend, bedekken de onderkaak zodanig, dat het onderste deel van het profiel gedomineerd wordt door de lippen.

 

Kaak en tanden:

Zeer grote kaken, dik en gebogen. Lichte ondervoorbeet. Tanggebit acceptabel, maar niet gewenst.

 

Ogen:

Middelgroot, ovaalvormig, naar voren gericht , iets prominent oog, met aangesloten oogleden.

De oogkleur is zo donker mogelijk, passen bij/ afhankelijk van de vachtkleur.

De expressie (uitdrukking) is levendig, intelligent en waakzaam.

 

Oren:

Driehoekig, hangend met brede aanzet en hoog boven de jukbeenderen. Vaak in een gelijkzijdige driehoek gecoupeerd.

 

Hals:

Sterk, gespierd, even lang als het hoofd.

 

Lichaam:

Het lichaam is ietwat langer dan de schofthoogte is. Stevig en krachtig gebouwd maar niet gedrongen.

 

De schoft:

Duidelijk zichtbaar en is hoger dan het kruis (croupe).

 

De rug:

is recht, zeer gespierd en sterk.

 

de lende:

is kort en solide.

 

Croup (kruis):

Is lang en breed en licht aflopend.

 

De borstkas:

Goed ontwikkeld in zowel de hoogte als diepte en breedte en reikt tot de ellebogen.

 

Voorste ledematen:

De schouder is lang, schuin en zeer gespierd.

CorsoStandardFront

 

De opperarm:

is sterk,

 

de onderarm:

recht en zeer sterk.

 

Pols en voorvoet:

Veerkrachtig.

 

voet:

katvoeten.

 

De staart:

is hoog ingeplant, breed bij de inplant, en werd gecoupeerd bij de vierde wervel [In Nederland verboden]. In actie wordt de staart geheven, maar nooit recht omhoog gedragen.  

 

Achterste ledematen:

Bovenbeen is lang, breed en achterwaarts gewelfd. (bol)

CaneCorsoStandardBack

 

Het been:

is droog en sterk,De sprong

matig gehoekt,

middenvoet

dik en droog.

 

De voeten:

zijn iets minder compact dan de voorvoeten.

 

Gangwerk/ beweging:

Lange passen in een uitgrijpende beweging. De draf heeft de voorkeur.

 

De huid:

is dik en sluit strak aan op de onderliggende lagen.

 

Vacht:

Korte vacht, glanzend, erg dicht met lichte ondervacht.  

 

Kleur:

Zwart,

loodgrijs,

leisteen,

licht grijs,

lichtrood

donkerrood, (donker geelbruin en reebruin)

gestroomd (in verschillende tinten rood of grijs)

Bij de roodachtig en gestroomde honden mag een zwart of grijs masker niet boven de ooglijn lopen.

Een kleine witte vlek op de borst, op de tippen van de voeten of op de neusrug is aanvaardbaar.

 

 

Schofthoogte:

Reu: van 64 tot 68 cm;

teef: van 60 tot 64 cm.

(Afwijkingen van 2 cm zowel naar boven als naar beneden toegestaan)

 

Gewicht:

Reu: van 45 tot 50 kg.

teef: van 40 tot 45 kg.

canecoconformation

 

Fouten:

Iedere afwijking van bovenstaande punten moet als een fout worden beschouwd.

 

Ernstige fouten:

-- Als de assen van de snuit en schedel parallel of té veel naar elkaar toe lopen. Of als de zijkanten van de snuit te veel naar elkaar toe lopen.

-- Gedeeltelijk niet gepigmenteerde neus.

-- Schaargebit, te grote onderbeet.

-- Krulstaart, staart in verticale positie.

-- Telgang.

-- Groter of kleiner dan toegestane hoogte.

 

Diskwalificatie fouten:

-- Agressief of te schuw

-- Als de assen van de snuit en schedel uit een lopen.

-- Totaal niet gepigmenteerde neus.

-- Holle neus, of ramsneus ( te bol)

-- Boven voorbeet.

-- Gedeeltelijk of complete depigmentatie van het ooglid. Glasoog; scheel zien.

-- Staartloos, korte staart ( gecoupeerd of niet)

-- Halflang, glad of krullend haar.

-- Alle kleuren die niet in de standaard genoemd worden, grote witte plekken.

Elke hond die duidelijk lichamelijke- of gedragsafwijkingen vertoond moet worden

gediskwalificeerd

 

NB:

 Reuen moeten twee normale testikels hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaald.

 

FCI-Standard N° 343 / 06. 06. 2007/ GB